London 2011, Logan Plant begon thuis met een geïmproviseerde opstelling bier te brouwen. Hij brouwde in een 50 liter rijstpan, hij gebruikte een camping koelbox als mout ton en maakte alles af met een kleine theepot.

De bieren waren populair en dus werd er gedacht aan het openen van een echte brouwerij. De keuken van een BBQ restaurant werd de locatie van de brouwerij. In Duke’s Brew and Que kwam een ketel te staan van 650 liter.

Een BBQ restaurant werk met geroosterde en gerookte smaken, dit werd dan ook de insteek van de bieren. Bieren die passen bij het eten wat er werd geserveerd bij Duke’s. De 8 Ball Rye IPA was geboren, deze paste perfect bij de marinade van de spare-ribs. The Smog Rocket Smoked Porter paste precies bij de gerookte barbecue smaak van de beef-ribs en het originele recept van de Neck Oil werd gebaseerd op Logan’s favoriete bier, de Black Country van West Midlands. De eerste drie bieren van Beavertown waren een feit.

Nick, een ober bij Duke’s kwam ineens aanzetten met een tekening van enkele ruimtevaarders die met lasers op UFO’s aan het schieten waren op Mars. De toon voor het nieuwe bier Gamma Ray was gezet. Naast de Gamma Ray zag ook de Black Betty Black IPA het licht.

Beavertown ging uitbreiden en kocht twee ketels die ze liefkozend de Sputniks doopte aangezien deze veel weg hadden van de oude Russische raketten. Een kleine kilometer verderop kwam de uitbreiding van de brouwerij, want het paste allemaal niet meer in de kleine keuken van Duke’s.

Naast de core range werden er enkele seasonals gebrouwen. Een Spiced Pumpkin Ale genaamd Stingy Jack werd geïntroduceerd. Logan was een groot fan van de Dogfish Head brouwerij (te zien in de Discovery serie Brewmasters) en baseerde zijn pompoenbier op de Punkin’ Ale van Dogfish Head. Logan raakt, onderweg naar de CBC (Craft BRewers Convention) in Washington DC, geïnspireerd wanneer hij een bloedsinasappel ziet liggen in de sneeuw in Vermont en brouwt daarna de Bloody ‘Ell Blood Orange IPA.

Eind 2012 gaan ook de laatste ketels weg uit de keuken bij Duke’s en wordt alles verhuisd naar de nieuwe brouwerij in Hackney Wick. Inmiddels werken er vier mensen full time bij de brouwerij. De bieren worden nog met de hand afgevuld en handmatig geëtiketteerd.

In 2013 wordt er de eerste keer met barrel aging geëxperimenteerd. Er wordt een Imperial stout gebrouwen met de naam Imperial Lord Smog Almighty. Een limited edition waar maar 672 flessen van verkrijgbaar zijn. Naast barrel aging worden ook de eerste stappen met zuur bier gezet. De Phantom sour beers lijn is geboren.

In 2014 gaat het hard, de brouwerij verhuisd van Hackney Wick naar Tottenham hale en brouwmeester Jenn Merrick en Creative director Nick Dwyer komen het team versterken. Er wordt niet meer handmatig gevuld en bestickerd maar alles wordt nu automatisch gedaan, inclusief een blik vulmachine.

Vanaf 2015 komen er nog meer, en grotere, tanks in de nieuwe brouwerij te staan en wordt de productie opgeschroefd. Het team groeit van 9 naar 40 personen en in januari 2016 is de taproom afgerond, een bar waar tot 200 mensen kunnen genieten van de Beavertown bieren. Er wordt ook een Tempus Barrel programma ontwikkeld, om te experimenteren met wilde gisting.

In 2017 wordt het allereerste Beavertown Extravaganza georganiseerd, een eigen bier festival waar tientallen bevriende brouwerijen worden uitgenodigd en waar er kan worden gegeten, gedronken, gefeest en uiteraard veel bier worden geproefd.

Door het grote succes van Extravaganza 2017 is er besloten om op 7 en 8 september 2018 een tweede editie te organiseren, met minimaal 80 verschillende brouwerijen van over de hele wereld.